Oirschot – Sint Petrus Bandentoren

Het carillon van Oirschot de Sint Petrus Bandentoren

De Toren

Waarschijnlijk is de toren opgetrokken met de bouw van de kerk welke in 1515 gereed kwam, in 1799 werd de toren eigendom van de gemeente. De kerk kwam toen weer in handen van de katholieken, van 1648 tot 1799 was de kerk Protestants. In 1904 stortte de toren gedeeltelijk in, daarop kreeg de katholieke parochie de toren terug in eigendom, en via een geldinzameling kon deze de toren herstellen. Op 2 oktober 1944, tijdens de bevrijding, werd de kerk door de geallieerden beschoten. Hierdoor stortten dak en toren in. Het herstel duurde van 1945-1952. In 1962 werd de noodkap op de toren hersteld in de situatie van na 1627. Bij het herstel van de toren zijn de tufstenen speklagen behouden gebleven. De derde geleding vertoont overeenkomsten met die van Hilvarenbeek.

Het carillon

Het carillon heeft een omvang van 50 klokken volgens de reeks bes0 - c1 - es1 - f1 - chrom. - es5. Vier klokken zijn gegoten in 1948 door klokkengieterij Petit & Fritsen, de overige klokken door klokkengieterij Eijsbouts gegoten in 1977.

Overige klokken

Helaas zijn de voormalige luidklokken gevorderd. Op 30 december 1942, nadat de klokken nog elf keer hadden geslagen, begon een aannemer met het verwijderen van kerkklokken. Als eerste werd de Lam Godsklok van 700 kg uit 1911 neer getakeld. Op donderdag 31 december kwam de 1115 kg wegende tweede klok, gegoten in 1735 waarschijnlijk door Jean Petit, naar beneden. Op 4 en 5 januari 1943
werden de uit 1696 (waarschijnlijk van klokkengieter Alexius Julien) en de uit 1750 St. Petrus- en Mariaklok als laatste neergelaten.

Geschiedenis

Nadat de oorlogsschade aan kerk en toren hersteld was ontstonden er plannen om een carillon in de toren aan te brengen. in de jaren ’70 kregen deze plannen vaste vorm. In mei 1975. informeert de pastoor (niet voor de eerste keeer) weer naar de kosten.
Het kerkbestuur had voor de bouw van een nieuw gemeentehuis het oude parochiehuis aan de gemeente verkocht “wat de verwachting in prijs verre heeft overtroffen”. De pastoor verzocht de bisschop zijn goedkeuring te verlenen dit geld te besteden aan een carillon en spreekt de verwachting uit dat dit bij de gemeenschap de verstandhouding tot kerk en parochie ten zeerste zal begunstigen en: “Blijkens informatie bij de Burgemeester mag het Kerkbestuur op
financiële medewerking rekenen van de Gemeente. De beiaard wordt eigendom van het Kerkbestuur”.
Destijds had het kerkbestuur het parochiehuis gesticht om daarmee de religieuze, sociale en culturele belangen van de gemeenschap te dienen. Nu deze taken worden overgenomen wil het kerkbestuur het oude initiatief hervatten want “een ‘zingende’ toren het cultureel aspect van ons monumentaal dorpscentrum verhogen, het zakenleven ten goede komen en het toerisme bevorderen” .
Omdat het kerkbestuur van mening was dat met een beiaard het gemeenschappelijk belang gediend was, werd een subsidie aan de gemeente gevraagd en voorgesteld wordt dat de gemeente hiervoor het te subsidiëren bedrag van de kerk leent.
In maart 1976 gaat de gemeente in principe akkoord met een bijdrage in de aanschafkosten van een beiaard. Dit op aandringen van het bisdom, dat vond dat het nog maar de vraag was of de kerk in deze tijd nog de taak had een dergelijke voorziening te treffen. Het kerkbestuur was niet gelukkig met het voorstel van het bisdom en wil zelf het initiatief nemen omdat men vreest dat de plannen anders niet door zullen gaan. In juli 1977 vindt een bespreking
tussen kerkbestuur en gemeente plaats opdat “door middel van dit gesprek aan alle misverstanden tussen kerkbestuur en gemeente omtrent de aanschaf van de beiaard, waardoor onnodige vertraging is opgetreden, een einde zal komen”.
Bovendien is men van mening dat ook uit de verkregen particuliere bijdragen (ca f 65.000,=) blijkt dat de gemeenschap achter de aanschaf staat Men komt tot een overeenkomst over aanschaf (de kerk wordt eigenaar, de gemeente deelt voor 1/4 in de kosten), het onderhoud (ieder de helft) en de exploitatie (de gemeente krijgt, met enkele beperkingen, de beschikking over het automatische spel dagelijks van 9.00 tot 21.00 uur en over het handspel op alle
gewenste uren met uitzondering onder de kerkdiensten).
In oktober 1976 gaf het kerkbestuur aan de klokkengieterij Eijsbouts te Asten opdracht tot het vervaardigen van een beiaard. Op zaterdag 5 november 1977 was het dan zover het instrument was gebruiksklaar.

Speeltijden

Rosemarie Seuntiëns speel op dinsdag van mei tot oktober van 10.30 tot 11.30 uur.

TORENS