Carillon stadhuis Schoonhoven

De Toren

Het prachtige stadhuis van Schoonhoven bezit midden op het dak een open torentje, dat speciaal ten behoeve van het in 1775 aangebrachte nieuwe klokkenspel, toen geheel vernieuwd werd en “cierlijk opgemaeckt”

Geschiedenis

De stadhuistoren had reeds in 1535 een klokkenspel van zeven klokken, gegoten door de Mechelse klokkengieter Medardus Waghevens.  Dit klokkenspel heeft tot 1775 zijn dienste bewezen, maar kon op den duur geen voldoening geven aan de Schoonhovenaren. Het stadsbestuur zocht contact met de klokkengieter Andreas Jozef van der Gheyn te Leuven (B), geen slechte keus! Tegen het einde van de achttiende eeuw was de periode van verval op het gebied van de klokkengietkunst reeds begonnen, maar Van den Gheyn – afkomstig uit een beroemd geslacht van klokkengieters – leverde nog steeds zijn prachtige werkstukken af. Dit geslacht vestigde zich reeds in 1506 in Mechelen(B).  In 1725 werd de klokkengieterij naar Leuven verplaatst. Van den Gheyn was er in geslaagd om een uitstekend vakmanschap te bewaren in een tijd dat goede gieters nauwelijks meer voorkwamen. Wat men met name had  verloren, was de kunst om een klok zuiver te stemmen. Na het hoogtepunt in de klokkengietkunst van de broers Hemony waren nog maar weinig welluidende beiaarden gegoten.

“Myn schor geloey op reys, voor dapperen Van Noort,

Klinkt na een lange rust, thans in een fray akkoort.

Zo wordt de herinnering levendig gehouden aan een stuk geschut uit 1578 dat de ontdekkingsreiziger Olivier van Noort, die als eerste Nederlander een reis om de wereld maakte, op zijn schip tijdens die tocht had meegenomen en dat tenslotte, nadat het vele jaren in Schoonhoven had gelegen, door Van den Gheyn als materiaal voor de nieuwe beiaard, samen met de oude Waghevens-klokken, aangewend werd. Andreas Jozef van den Gheyn goot een carillon van 38 klokken op basis van een hoge C2 (245 kg). De gieter maakte daarbij de twee kleinste klokjes gratis, een gulheid die door de vroedschap van de stad werd beantwoord met het zenden van “een beste gerookte salm, tot klijn teken van erkentenis, in hoope dat Sijn Edele deselve gratieus sal accepteren en mat smaak sal consumeren”.

De grootste klok van deze Van den Gheyn beiaard kreeg “opus 18”  mee. Zijn 17-jarige zoon Andreas Lodewijk wordt ook als mede gieter vermeld.

Het oude klavier uit 1775. Tot 1963 in gebruik!
©foto HvD

De jaren rond 1928 zijn voor het uiterlijk van het Schoonhovense stadhuis zeer belangrijk geweest, niet alleen het carillon  maar ook het gebouw waren ernstig verwaarloosd. Daarom werd besloten tot een grondige restauratie. Dit betekende onder meer dat de toren volledig vernieuwd werd. Ook het klokkenspel is onder handen geweest. In 1963 was een restauratie van het carillon bijzonder wenselijk, hierbij werden een aantal klokken door nieuwe vervangen en bovendien het spel met een aantal klokken uitgebreid tot een 4 octaafs instrument. Hiervoor zijn een aantal Van den Gheyn-klokken van de in 1955 verbrande St.Servaas-beiaard te Maastricht gebruikt, en bovendien goot klokkengieter Eijsbouts een 13 tal nieuwe klokken. Het totaal aantal klokken is nu 50. De zwaarste klok weegt ongeveer 690 kg. en heeft de toon G. Deze klok is als C aan het klavier gekoppeld, het  carillon is volgens de oude zgn. middentoonstemming gestemd.

Het helaas in 1963 buiten gebruik gestelde trommelspeelwerk ©foto HvD

Speeltijden en Stadsbeiaardier

Boudewijn Zwart en Gideon Bodden zijn de stadsbeiaardiers van Schoonhoven. De speeltijden zijn op woensdag van 12.00 tot 13.00 uur en op zaterdag van 10.00 tot 11.00 uur. Op zaterdag is er vaak een live stream via Facebook met beeld en geluid.

Torens